zondag 10 februari 2008

TWEE ONDEUGDELIJKE ARGUMENTEN VOOR BEBOUWING VAN HET KERKEBOSJE




Foto's (uit begin jaren '60) zijn geplaatst ter illustratie van dit artikel; ze behoren van origine niet bij dit artikel van K. Bouwer
In de discussies over de voorgenomen bebouwing van het Kerkebosje worden nogal eens twee argumenten genoemd die niet juist zijn, of die op zijn minst genuanceerd moeten worden.
Het eerste ondeugdelijke argument betreft de geringe waarde van het bosje: het is zwaar verwaarloosd en het is dus helemaal niet erg als het verloren gaat.
Die redenering doet me ten eerste denken aan de eigenaar van een oud, monumentaal huis die daar liever vanaf wil om de grond duur te verkopen aan een projectontwikkelaar. Hij verwaarloost het onderhoud tot het huis bijna in elkaar stort waarna de gemeente een afbraakvergunning geeft. Zo ging het bijvoorbeeld met de oude boerderij van de Driehuizen die op het laatste nippertje van de ondergang is gered. Welnu, de Eerste Hulpstichting van de Heilig Landstichting heeft als eigenaar van het Kerkebosje jarenlang daar willens en wetens geen enkel onderhoud, vooral een regelmatige dunning, gepleegd. De Eerste Hulpstichting zou op grond van haar identiteit toch een goed rentmeesterschap moeten voeren over de aan haar toevertrouwde natuur? Bovendien werd ook de Mariabron verwaarloosd: toen wij hier bijna dertig jaar geleden kwamen wonen was het gebouwtje van de Mariabron nog vrijwel in tact, maar steeds verder liet de eigenaar dat monumentje verloederen tot alleen nog een puinhoop resteerde. Maar terug naar de verwaarloosde staat van het bosje. Biologen en bosecologen denken daar toch iets anders over. Toegegeven, in een parkbos, zoals bij chalet Brakkenstein of het Mariënbosch, moeten niet teveel omgevallen stammen en ander dood hout liggen. Maar het Kerkebosje heeft, behalve dat we er een rustig wandel-ommetje door kunnen maken, ook een natuurwaarde. Het is immers door Rijk en provincie aangewezen als deel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS): een keten van bos- en ander natuurterrein waarin, als tegenwicht tegen de bebouwing nog in ons intensief bewoonde land, nog ruimte en verbindingsmogelijkheden voor dieren en planten bestaan. Het Kerkebosje is ook niet als wandelbos aangelegd, maar als eikenhakhoutbos waaruit tot voor de Tweede Wereldoorlog brandhout en eek (gemalen eikenschors) voor de leerlooierijen werd gewonnen. Iemand die het Kerkebosje waardeloos noemt omdat het er slordig bijligt, bewijst daarmee dat hij/zij weinig ecologisch besef heeft van de waarde van dood hout in een bos. Dode stammen en takken horen in een bos thuis. Ontkieming, groei en afsterven zijn natuurlijke processen. Allerlei zwammen, kevers en andere insecten werken aan de afbraak van stronken en takken, waardoor ook weer vogels worden aangetrokken. We moeten een bos niet met de eigen tuin vergelijken waar elke dode tak direct moet worden opgeruimd! Staatsbosbeheer streeft in veel van haar bos naar minstens tien procent dood hout, gerekend naar de totale massa aan levend hout. Een ander voorbeeld: de gemeente Renkum die honderden hectares bos in eigendom heeft, streeft naar zes procent dood hout (dus per 100 bomen één dode of omgevallen boom of gelijkwaardige massa dode takken), óók in de gemeentelijke wandelbossen.
Het tweede ondeugdelijke argument: waarom gunnen we aan anderen niet waar we zelf zo van genieten: een woonplaats in een groene omgeving?
Hierover is allereerst te zeggen dat voor veruit de meeste woningen van Heilig Landstichting geen bos is opgeofferd, maar agrarische grond en schraal heideveld. Het bos lag langs de oude dorpsgrens van het gehucht De Ploeg dat uit boerderijen, café’s en een paar winkeltjes bestond. Ten tweede: als we dit argument volgen dan blijft er op den duur geen natuur of open ruimte over. Het argument klinkt sociaal, maar is het niet. Want waarom zouden de nieuwe inwoners op hun beurt het recht van wonen ‘in het groen’ aan anderen ontzeggen, enzovoort, enzovoort….? Door deze doorgaande redenering toe te passen, schuift de verstening steeds verder de natuur in. Door de voortgaande bebouwing is de helft van onze planten- en diersoorten in een eeuw tijd verdwenen of zwaar bedreigd. Bovendien creëert elk bebouwd gebied op zijn beurt weer een nieuwe ‘storingszone’ van onrust, geluid en licht in de aangrenzende natuur. Juist het behoud van groen en natuur is in het belang van onze nakomelingen. Zo’n beleid hoort bij een sociaal én ecologisch goed rentmeesterschap.
Kortom: het bosje moet blijven!
Klaas Bouwer

Geen opmerkingen: